Schoolactiviteiten 2012

Een indrukwekkend verhaal

Fred Cohenno wordt in 1941 in Amsterdam geboren. Fred is Joods, heeft Joodse ouders. Januari 1943 wordt de dan dertien maanden oude baby Fred door een buurvrouw naar een onderduikadres in Utrecht gebracht. Zijn ouders zijn dan al ondergedoken op verschillende adressen in Amsterdam, en Fred’s zes jaar oudere broer verblijft dan ook al twee maanden op een onderduikadres ergens in Jutphaas, ten zuiden van Utrecht.

Aan het einde van de zomer van ’44 dreigt er een razzia in Utrecht bij het gezin waar Fred is ondergebracht; zijn pleegzus van 16 brengt Fred met de trein naar Amsterdam terug, naar zijn vroegere buurvrouw. Hij blijft daar tot aan de winter van '44/45 waarbij zijn ouders hem zo nu en dan in het geheim ontmoeten. De hongerwinter zelf woont Fred op weer een volgende onderduikadres, nu samen met zijn ouders.

Na de oorlog wordt het gezin herenigd: vader haalt op de fiets Fred’s broer op uit Jutphaas. De jongen heeft zijn vader dan ruim 4 jaar niet gezien of gesproken en herkent hem in eerste instantie helemaal niet. Pas als vader een melodietje fluit waarmee hij z’n zoon vroeger 'riep' voor het avondeten, zegt zijn broer: ‘dat is pappa’.
Het melodietje wordt bij de familie Cohenno tot op de dag van vandaag gebruikt.

In het gezin wordt de ellende van de oorlog verzwegen. Er heerst niet veel vrolijkheid in het gezin, de treurigheid overheerst. Het verdriet over de vele familieleden die de oorlog niet hebben overleefd, is voelbaar en zichtbaar; maar er wordt niet over gepraat.

Fred moet als dienstplichtig militair naar Nederlands Nieuw Guinea worden uitgezonden, om te vechten tegen de Indonesische machthebbers. Uiteindelijk gaat dit niet door.

In 1966 trouwt Fred: zijn vrouw is jarig op 4 mei, de dag van de jaarlijkse Nationale dodenherdenking.

Sinds het jaar 1998 woont Fred met z’n vrouw in Westerbork, een plaats met een beladen verleden. Fred zegt daarover: ‘we zijn er in alle vrijheid naar toegegaan en we kunnen er ook weer vrijwillig weggaan. Geen dwang zoals vroeger, geen dreiging zoals toen.’


Fred Cohenno wil zijn verhaal vertellen: ‘omdat ik de gevolgen van de vervolging aan den lijve heb ondervonden en weet wat invloed op de rest van mijn leven en op dat van mijn gezin is’.
Hij schaamt zich soms Nederlander te zijn, omdat de regering in zijn ogen met de huidige asielzoekers op dezelfde manier omgaat als de regering in 1939 met joodse vluchtelingen.